reeënopvang westerwolde

De reeën in de opvang proberen wij zoveel mogelijk in hun natuurlijke omgeving te verzorgen.

 

ANBI

De Reeënopvang Westerwolde is een ANBI stichting

 

facebook

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen


In Nederland wonen ruim 15 miljoen mensen, die allemaal een stukje grond opeisen om daarop te wonen, te werken en te recreëren. Bovendien leven er zeer veel runderen, paarden, schapen, varkens, kippen, geiten, honden en katten. Kortom: ons land is echt overvol met medeschepselen en toch ……. komen er nog steeds dieren in het wild voor!

De grootste wilde zoogdieren in ons land zijn het edelhert, het wilde zwijn, het damhert en het ree. Het edelhert vind je alleen op de Veluwe en in de Oostvaardersplassen. Het wilde zwijn heeft twee officiële afgerasterde leefgebieden, Het Nationaal Park de Hoge Veluwe en Nationaal Park de Meinweg bij Roerdalen, maar weet zich ook al in andere gebiedjes in Nederland te handhaven en zelfs uit te breiden. Het damhert is het bekende parkdier, maar komt ook voor in afgerasterde gebieden op de Veluwe, in de Amsterdamse Waterleiding- duinen en op Walcheren. Reeën komen echter verspreid over heel Nederland voor, ook op de eilanden Ameland en Terschelling. Het totale aantal wordt geschat tussen de 70 en 100.000 dieren.

ree1-art

Uiterlijk


Het ree is de kleinste hertensoort in ons land. De schofthoogte is gemiddeld tussen de 60 en 70 cm. Het gewicht varieert van 15 kg (1 jaar) tot circa 30 kg. De bouw is slank en sierlijk en enigszins wigvormig, waardoor het zich gemakkelijk door dicht struikgewas en hoog gras kan voortbewegen. De poten (we noemen ze lopers) zijn sierlijk en lang. Door de sterk ontwikkelde dijbeenspieren kunnen reeën hoge en verre sprongen maken. Ze behoren tot de evenhoevige hoefdieren.

ree2-art

’s Zomers hebben ze een mooie roodbruine vacht. ’s Winters hebben ze een dichte grijsbruine vacht, die uitstekende bescherming biedt tegen de winterkou. Ook zwarte reeën komen voor. Kalfjes hebben een vlektekening, wat een uitstekende camouflage biedt. Deze witte vlekken beginnen enkele weken na de geboorte al te vervagen.

ree3-art

Opvallend is de karakteristieke witte achterkant van het ree. We noemen dit de spiegel.
’s Zomers is deze wat geler van kleur. Er is een duidelijk verschil tussen de spiegel van een geit en van een bok. Reeën hebben n.l. een bosje haar aan de geslachtsdelen. Bij de geiten hangt dit onderaan de spiegel. We noemen dit een schortje. Bij de bok hangt het onder de buik, een zgn. penseel. In geval van onraad wordt de spiegel groter, zodat deze lijkt op een poederdons. Hiermee waarschuwen de dieren elkaar.

ree4-art

Reebokken dragen een gewei. Dit wordt elk jaar in de herfst afgeworpen. Het groeit weer aan in de winter. De huid om het opnieuw gegroeide gewei (de basthuid) wordt afgeschuurd (geveegd) tussen maart en juni. Het gewei groeit op de rozenstokken, twee benige uitsteeksels op de kop. Een gewei met twee onvertakte geweistangen noemen we een spitser. Een gewei met twee enden aan elke kant heet een gaffelgewei en een gewei met 3 aftakkingen aan elke kant heet een zesender.

ree5-art

Zintuigen


Reeën kunnen heel goed ruiken. Door de beweeglijke oren kunnen ze ook heel goed horen. De grote donkere ogen staan aan de zijkant van de kop, zodat ze een groot gezichtsveld hebben. In de huid van het ree bevinden zich geurklieren, die stoffen afscheiden met een bepaalde geur. De geur dient vermoedelijk voor het vormen van een reukspoor, herkenning en het afbakenen van het territorium.

Gedrag en voortplanting
Reeën hebben een dagritme, dat in de loop van het jaar verandert. De dagelijkse activiteiten, zoals voedsel zoeken, eten en herkauwen, hebben hun maximum kort na zonsopkomst en bij zonsondergang. In de wintermaanden zijn ze hoofdzakelijk actief in de namiddag en in de zomermaanden is er ’s nachts meer activiteit. Dan rusten ze overdag. Daartussen zijn er nog enkele momenten dat ze eten (laveien).

Het ree is een territoriaal dier. Alleen in de winter vormen de reeën kleine groepjes, die sprongen worden genoemd. Een terrein wordt door de reeën onderling verdeeld in een aantal leefgebieden. De grootte van zo’n leefgebied is afhankelijk van de hoeveelheid voedsel die er voorkomt en de dekkingsmogelijkheden. In april beginnen de bokken een grondgebied af te bakenen. Zij markeren hun gebied o.a. met “veegboompjes”. Dit zijn meestal jonge boompjes, waarvan met het gewei de bast wordt afgeslagen. Bovendien voorziet de bok zo’n veegboom ook van een geur door de stam met een geurstof in te smeren, die uit zijn voorhoofdsklier komt. De gemiddelde grootte van een reebokterritorium schommelt tussen 7 en 12 hectaren. Geiten worden in het territorium van de bok getolereerd. Zijn gebied overlapt terreintjes van meerdere geiten. Ook geiten verdelen het geschikte terrein gedurende de zomermaanden met ander geiten. De terreingedeelten van verschillende geiten kunnen elkaar overlappen.

ree6-art

Vanaf half juli tot half augustus begint de paartijd, de bronst. Na de bronst duurt het 10 maanden voordat de kalveren worden geboren. Dit is een opmerkelijk lange tijd voor een diersoort van deze afmeting. Er gebeurt bij reeën dan ook iets wonderbaarlijks. De bevruchte eicellen kunnen zich niet aan de wand van de baarmoeder vasthechten, omdat hiervoor nog een bepaald hormoon ontbreekt.  Pas half december is dat bewuste hormoon wel aanwezig en begint de groei van de vrucht.  Men noemt dit diapauze of vertraagde implantatie. De kalfjes worden geboren in mei en juni. Driekwart van alle worpen zijn tweelingen, maar ook eenlingen en drielingen komen voor.

Na de geboorte begint de zoogtijd. Het zogen van de kalveren gebeurt diverse malen per dag en duurt per keer niet langer dan een minuut. Gedurende de eerste twee weken drukken de kalveren zich op de grond en blijven doodstil liggen als er onraad is. Ze kennen het gevaar nog niet en kunnen gemakkelijk benaderd worden en opgepakt worden. Met name in deze tijd zijn loslopende honden en maaimachines een groot gevaar voor de jonge kalfjes. Ook wandelaars zijn snel geneigd de beestjes op te pakken en mee te nemen in de veronderstelling dat ze door de moeder zijn verlaten. MAAR MOEDER IS VRIJWEL ALTIJD IN DE BUURT, DUS NIET AANRAKEN EN NIET MEENEMEN. Na ongeveer twee weken begint het kalf vluchtgedrag te tonen en volgt de moeder bij gevaar. Na drie tot vier weken volgen de kalveren gezamenlijk de moeder.

Sprong in de sneeuw

Vanaf november zoeken de reeën elkaar weer op en vormen groepjes om zo de winter door te komen.

Wat eten reeën?
Reeën zijn herkauwers. Het zijn dus planteneters. Ze eten echter lang niet alles wat hen voor de bek komt. Het zijn echte fijnproevers. Ze eten graag knoppen en loten van struiken, bladeren, grassen en kruiden. Ze moeten het hebben van eiwitrijke en makkelijk te verteren plantendelen. In de winter wordt er meer houtig voedsel gegeten, zoals eikels en boomschors. Er is dan weinig eiwitrijk voedsel beschikbaar. ’s Winters is de stofwisseling van het ree minder intensief. Ze gaan dan op de “spaarstand”.

Dit is slechts een beknopte omschrijving van het ree. Als u meer over deze mooie dieren wilt weten kunt u op internet diverse artikelen vinden.